koos swart

Buitenleven
Buitenleven
Buitenleven
Buitenleven
Buitenleven
Buitenleven
Buitenleven
Buitenleven
Buitenleven
Buitenleven
Buitenleven
Buitenleven
Buitenleven
Buitenleven
Buitenleven
Buitenleven
Buitenleven
Buitenleven
Buitenleven
Buitenleven
Buitenleven
Buitenleven
Buitenleven
Buitenleven
Buitenleven
Buitenleven
Buitenleven
Buitenleven
Buitenleven
Buitenleven
Buitenleven
Buitenleven
Buitenleven
Buitenleven
Buitenleven
Buitenleven

Home

Contact

Copyright © 2017 H. Swart - http://www.koosswart.com

Nostalgie

Pagina 4 van 37

Buitenverblijven in H-S

Foto's en verhalen uit "Het Nieuwsblad" van 1959 & 1960

[In de volksmond "Het Bokkeblad"]

„WOELWIJK” TE KLEINENEER (4)

Het drama te Grave

Kolonel Gerhard Sichterman

(1688-1730)

Het was stil geworden in het huis van kolonel Sichterman, de gouverneur van de vestingstad Grave. Zijn enige dochter Elisabeth was teruggekeerd naar haar geboortestad Groningen. Vaak vertoefde hij in gedachten bij haar', wanneer zij zomers met haar man Andreas Coming door- bracht op „Woelwijk” te Kleinemeer. Zij genoten er van de fraaie omgeving. De dichter Quintijn Pabus zingt in 1741 een loflied op dit huis:

                                               . . . . . . gints zie ik prijkken

de nette buitenplaats van raadsheer Conring, ziet wat schoone linde-laan, waar langs men in ’t verschiet ’t gebouw ziet rijzen, o wat kristalijne stroomen, o vijvers vol van visch, o hof gezicht, o boomen.

Waarin de westenwindt dien leven-wekker speeldt, en mensch en dier verkwikt, en bloem en bloeisel streeldt en schikt ter vruchtbaarheit; ik hoor ’t gevogelte orglen en filomeel haar bosch, en waterslangen gorglen, zodat het woudt hergalmt, terwijl de schelle klank koomt golven door de lucht              

Doch temidden van dit vreugdevol bestaan kwam vanuit het verre Grave een verplette- rende tijding. Daar was Gerhard Sichterman in de avond van de 11e februari 1730 „schie- lijk en onverwagt” gestorven, toen hij juist van een vermoeiende inspektiereis thuiskwam, De weduwe, Louise Trip, was nog maar nau- welijks van de schrik bekomen, toen de vol- gende morgen, te acht uur, het geluid van de deurklopper door het huis weerklonk. Op de stoep stond Adam Smits, schepen van de stad Nijmegen, vergezeld van zijn advocaat Van der Goude. „Onder offerte van vriendschap en vleiende woorden” drongen zij het huis binnen. Voordat de verblufte weduwe nog iets kon zeggen, waren zij reeds bezig alles „door te snuffelen". Gaande van de ene kamer in de andere legden zij beslag op de inboedel. Al het zilver, behalve wat dagelijks werd ge- bruikt, werd in koffers gepakt, gesloten en verzegeld. Ja, schepen Smits had zelfs de „stoutheit” een valies open te breken, waarin de overledene zijn papieren bewaarde. Na inspektie smeet hij deze er weer in en liet het verder open staan. De gehele dag waren de heren bezig. Diep in de nacht vertrokken ze; de advocaat met medeneming van het huis- houdgeld.

Het bleek, dat kolonel Sichterman bij Smits in diepe schuld stond en dat deze trachtte zich nu zekerheid te verschaffen. Geen wonder dat

Conring op dit gerucht snel naar Grave ver- trok. Ook hij had nog een grote vordering op zijn schoonvader.

Weldra werd de stad het toneel van onver- kwikkelijke taferelen. Conring wilde zich eveneens veilig stellen en liet de meubelen uit het sterfhuis naar een schip brengen. Toen dit bericht tot Smits doordrong, zond hij nog in de nacht een ijlbode te paard naar Grave om dit te beletten. Alles werd toen weer uit- geladen en aan wal gezet. Het schip zou toch in Nijmegen worden aangehouden. Ook de Prins van Oranje mengde zich in het geval. Sichterman had enige plattegronden van ste- den en fortificaties van hem geleend. Een eindeloos geharrewar was het gevolg, waarbij men zelfs de hulp inriep van de Raad van State. Tot Conring ten einde raad afstand deed van de nalatenschap. In september vond de gerechtelijke verkoop plaats, die een volle week duurde.

De weduwe, Louise Trip, had het einde niet afgewacht. Zij was de 2e mei „stil vertrocken”. Haar leven sleet zij verder in Groningen, waar zij drie jaren later stierf. „Overdenkende de zekerheit des doods, maar de onzekere. uure van dien", vermaakte zij bij testament al haar goud en juwelen aan haar kleinkinderen Louise en J'ustus Conring. Deze woonden toen bij hun vader op „Woelwijk" in Kleinemeer.

Mr. G. N. Schutter.