koos swart

Buitenleven
Buitenleven
Buitenleven
Buitenleven
Buitenleven
Buitenleven
Buitenleven
Buitenleven
Buitenleven
Buitenleven
Buitenleven
Buitenleven
Buitenleven
Buitenleven
Buitenleven
Buitenleven
Buitenleven
Buitenleven
Buitenleven
Buitenleven
Buitenleven
Buitenleven
Buitenleven
Buitenleven
Buitenleven
Buitenleven
Buitenleven
Buitenleven
Buitenleven
Buitenleven
Buitenleven
Buitenleven
Buitenleven
Buitenleven
Buitenleven
Buitenleven

Home

Contact

Copyright © 2017 H. Swart - http://www.koosswart.com

Nostalgie

Pagina 8 van 37

Buitenverblijven in H-S

Foto's en verhalen uit "Het Nieuwsblad" van 1959 & 1960

[In de volksmond "Het Bokkeblad"]

„WELGELEGEN” TE KLEINENEER (2)

Johan Cornelis Spiel en zijn schepping

Eén van de heren van de Groninger Borger Compagnie was Jan Cornelis Spiel. Vanwaar hij kwam is niet bekend. Wel dat hij in Gro- ningen boekhouder was van het Enens-gast- huis, een zeer bescheiden post.

Toen de ontginningen zich uitbreidden, achtte de stad Groningen het raadzaam om de venen apart te beheren. Zij richtte daarom in 1652 een bureau op: het Veenkantoor. Aan het hoofd hiervan kwam een administrateur: de rentmeester der veenen, aan wie speciale be- voegdheden werden verleend. Dit leek Jan Cornelis Spiel wel wat en dus solliciteerde hij naar dit ambt. Doch zijn compagnon Jacob Hayckens, die bovendien een zwager was van de stadssecretaris Robers, was hem juist voor geweest.

Zo werd Hayckens de eerste van een lange reeks van rentmeesters, die de bezittingen in de veenkoloniën voor de stad hebben beheerd. (Het ambt is in 1928 opgeheven). Tot troost werd aan Spiel, die toch een goede kans had gemaakt, door „borgemeesteren ende raadt” een dienst toegezegd „waartoe hij bekwaam geacht zal worden”. Maar hiervan is niets terecht gekomen; een openbare functie heeft hij later nimmer bekleed. Wel was hij vaan- drig van de burgerwacht.

Op 28 december 1639 werd te Groningen het huwelijk afgekondigd van de eerbare Johan Cornelis Spiel met de deuchtsame Margreta van Ewsum, weduwe van de raadsheer Ver- tier. De Van Ewsums behoorden tot een ver- maard Ommelander geslacht, dat de borg Nienoord in De Leek heeft gesticht om even- eens de venen in die omgeving te ontginnen. Spiel hield zich voortaan bezig met de turf- graverij in Kleinemeer. Vaak trof men hem in het Compagniehuis aan en zo kwam hij op de gedachte om hier des zomers te gaan wonen.

De wintermaanden bracht hij met zijn vrouw door in hun stadshuis aan de Oude Kijk in ’t Jatstraat.

Zo werd dan omstreeks 1655 een heemstede afgebakend in het Kleinemeer en aldra bouw- de Spiel daar zijn hofstede. In 1691 heeft de landmeter „ingenieur” Tideman een platte- grond vervaardigd van Hoogezand—Sappe- meer, het zgn. „Caartboek”. Daarin heeft hij ook nauwkeurig de huizen afgetekend. De plattegrond van „Welgelegen” is eveneens duidelijk aangegeven. Het huis was een, voor die tijd, royaal gebouw. De voorkant was voorzien van twee trapgevels met in het mid- den een torentje. Het lag veilig binnen een gracht, terwijl een grote siertuin zich naar het zuiden uitstrekte. Een brede singel met fraai geboomte omsloot het gehele terrein. Een vaste boogbrug over het Borgercompagnie- sterdiep vormde de verbinding met de hoofd- weg door Kleinemeer. Dit „somerhuis met de schone hovinge” ging na het overlijder van Jan Cornelis Spiel in eigendom over aan de kleinzoon van Margreta van Ewsum: dr. Jo- hannes Vertier Stoltz.

De nieuwe eigenaar was in Groningen gebo- ren, doch had zijn jeugd doorgebracht in de omstreken van Danzig, waar zijn vader secre- taris was van de stad Elbing. In 1676 keerde Vertier Stoltz naar zijn geboortestad terug, waar hij zich als advocaat vestigde. Het vol- gend jaar trad hij in het huwelijk met Susanna van Wullen, wier grootvader Hermannus van Wullen eveneens betrokken was bij de Gro- ninger Borger Compagnie. Het jonge paar betrok het ouderlijk huis in de „nije” Zwane- straat, doch des zomers verhuisden ze naar Kleinemeer. Zij hebben „Welgelegen” een vijftiental jaren bewoond.

Mr. G. N. Schutter.