koos swart

Buitenleven
Buitenleven
Buitenleven
Buitenleven
Buitenleven
Buitenleven
Buitenleven
Buitenleven
Buitenleven
Buitenleven
Buitenleven
Buitenleven
Buitenleven
Buitenleven
Buitenleven
Buitenleven
Buitenleven
Buitenleven
Buitenleven
Buitenleven
Buitenleven
Buitenleven
Buitenleven
Buitenleven
Buitenleven
Buitenleven
Buitenleven
Buitenleven
Buitenleven
Buitenleven
Buitenleven
Buitenleven
Buitenleven
Buitenleven
Buitenleven
Buitenleven

Home

Contact

Copyright © 2017 H. Swart - http://www.koosswart.com

Nostalgie

Pagina 13 van 37

Buitenverblijven in H-S

Foto's en verhalen uit "Het Nieuwsblad" van 1959 & 1960

[In de volksmond "Het Bokkeblad"]

„WELGELEGEN” TE KLEINEMEER (8)

Kolonel Wilhelmus Lichtenvoort

Wilhelmus Lichtenvoort, die op 1 februari 1749 het buiten uit handen van Alberda van Dijksterhuis, de zwager van Von Wartensle- ben, ontving, was als zoon van een predikant in Oostfriesland geboren. Tijdens de vrese- lijke Kerstvloed van 1717 werd het kust- plaatsje Marienwehr, de standplaats van zijn vader, door de zee verzwolgen. Het gezin ver- trok toen naar Nederlands-Indië, waar de vader spoedig na aankomst overleed. De we- duwe Maria Leyhamer, die met drie jonge kinderen achterbleef, hertrouwde spoedig daarop met mr. Fabricius, lid van de Raad van Justitie te Batavia. In 1731 keerde het ge- zin naar Nederland terug, waar Maria Leijha- mer, na de dood van haar echtgenoot, in 1740 te Groningen voor de derde keer in het hu- welijk trad met de weduwnaar Cornelis Star, raadsheer der stad. Deze had uit zijn eerste huwelijk een dochter: Reynouw Gesina Star. Zij werd de vrouw van Wilhelmus Lichten- voort, zodat het gedenkwaardige feit zich voordeed, dat diens moeder in de echt was verbonden met zijn schoonvader. Zij was dus tegelijk zijn moeder en schoonmoeder! Wilhelmus Lichtenvoort volgde een militaire loopbaan. Hij woonde aanvankelijk te Leeu- warden, maar vestigde zich naderhand als garnizoenscommandant in de stad Groningen. Hij betrok daar het huis in de Oude Kijk in ’t Jatstraat, dat merkwaardigerwijs vroeger had toebehoord aan de stichter van „Welge- legen”, Jan Cornelis Spiel. Van daaruit was Kleinemeer gemakkelijk te bereiken, vooral des zomers. Nadat hij de militaire dienst had verlaten vestigde hij zich voorgoed op Wel- gelegen". Daar bracht hij zijn laatste levens- jaren door. Hij genoot intens van het buiten- leven. Zijn zorgen golden thans de vrucht- bomen in het appelhof en de bloemen in de fraaie tuinen. In de herfst gaf hij grote jacht- partijen, terwijl ook liet vissen op het Schild- meer niet werd vergeten. De lange winter- maanden leenden zich uitstekend voor het

schrijven van brieven aan zijn zoon Cornelis, die op Curagao verbleef.

In november van 1763 ontviel zijn vrouw hem door de dood. Zij is bijgezet in een graf in de hervormde kerk te Sappemeer, niet ver van hek familiegestoelte. Deze fraaie bank — hier- boven afgeheeld — is opgesteld tegen de noor- dermuur, recht tegenover de ingang. Het bood aanvankelijk ruimte voor de heren van de Borgercompagnie, die hierin gezeten des zon- dags de dienst konden bijwonen. Maar de turfgraverij liep allengs ten einde, zodat het bezit van dit gestoelte niet langer op prijs werd gesteld. En zo geraakte het in handen van de familie Lichtenvoort. Enkele jaren ge- leden zijn twee grafzerken op het kerkhof achter de kerk opgegraven, die geen enkele inscriptie droegen, doch enkel waren voorzien van de wapens Lichtenvoort—Star. Zij zijn toen aan weerszijden van deze bank tegen de muur geplaatst.

Gedachtig aan zijn voorgangers heeft ook Wilhelmus Lichtenvoort zich met de turfgra- verij beziggehouden. Hij bezat nl. ruim 400 grazen veenland met behuizingen, turfschu- ren en „tenten” te Harkstede en Engelbert en een „baggelarij” van ruim 200 grazen, even- eens te Harkstede en Scharmer gelegen. Na de dood van zijn vrouw voelde hij zich eenzaam. Daarom verzocht hij zijn zoon, mr. Cornelis Star Lichtenvoort, naar hier over te komen. En inderdaad is deze met zijn gezin in de zomer van 1768 van Curagao naar het vaderland gerepatrieerd. Hij vestigde zich als advocaat in Groningen, maar woonde des zo­mers bij zijn vader op „Welgelegen”. Deze laatste werd op zeventigjarige leeftijd door een beroerte getroffen. Als een hulpbehoe­vend man leefde hij echter nog een tiental jaren voort tot hij — 82 jaren oud — in 1799 overleed. Zijn laatste rustplaats vond hij in de A-kerk te Groningen, waar de familie Star enkele graven bezat.

Mr. G. N. Schutter.