koos swart

Buitenleven
Buitenleven
Buitenleven
Buitenleven
Buitenleven
Buitenleven
Buitenleven
Buitenleven
Buitenleven
Buitenleven
Buitenleven
Buitenleven
Buitenleven
Buitenleven
Buitenleven
Buitenleven
Buitenleven
Buitenleven
Buitenleven
Buitenleven
Buitenleven
Buitenleven
Buitenleven
Buitenleven
Buitenleven
Buitenleven
Buitenleven
Buitenleven
Buitenleven
Buitenleven
Buitenleven
Buitenleven
Buitenleven
Buitenleven
Buitenleven
Buitenleven

Home

Contact

Copyright © 2017 H. Swart - http://www.koosswart.com

Nostalgie

Pagina 25 van 37

OVERWATER TE HOOGEZAND (3)

Buitenverblijven in H-S

Foto's en verhalen uit "Het Nieuwsblad" van 1959 & 1960

[In de volksmond "Het Bokkeblad"]

Butler’s verweer

Nadat William Butler de hem door de Westindische Compag- nie ten laste gelegde feiten had weerlegd, ging hij tot de aanval over. Wat heb ik al niet ge- daan, zo roept hij uit. Meer dan achttien tonnen gouds zijn als winst naar het vaderland ver- zonden. En hoe zuinig is alles niet beheerd, tot mijn eigen huishouding toe. De kano-lonen zijn laag gebleven. Ja zelfs is de uiterste zorg besteed aan het drukken van de normale ver- liespost „namentlijk aan het sterven van slaven”. Zijn er toch, zo betoogt hij vol trots, onder de directie van Houtman in zeven maanden tijds niet meer dan honderd stuks omgekomen, terwijl er in al de jaren van mijn beheer nog niet de helft is „gecrepeerd” ? En wat heeft de Compagnie tot dank gedaan ? Zij heeft mij ontsla- gen en Houtman als mijn op- volger aangesteld. Men heeft mij aan boord van de „Sonne- stein” gestuurd met amper het rantsoen van de minste ma- troos „en dat met alle zeer oude en slegte kost”. Zonder daar enige „ververzingen of recreatie van spijze of drank” aan toe te voegen. Ja zelfs werd mijn ver- zoek om „een weinig Orange- appelen” geweigerd. „Misschien was het mooglijk om mij op de reize door gebrek te doen ver- gaan”, zo merkt hij schamper op.

Butler’s wapenschild op het preekgestoelte.

Met een maand vertraging kwam eindelijk de Hollandse kust in zicht. Welk een welkom werd hem echter bereid. Bij aankomst in het Nieuwe Diep bij Texel was het schip bijna verongelukt, ten aanschouwe van de heren bewindvoerders, die rustig op hun jacht het toneel gadesloegen. In deze benarde toestand was Butler „toch maar overbodig zijnde” en daarenboven „zeer ziek en dodelijk zwak van lichaam” van boord gegaan. Wegens: het ge- brek aan medicamenten voelde hij zich ver- plicht „volgens de wet der natuur, voor ’t be- houd van mijn leven te zorgen”, Vervolgens had hij de heren begroet en was hij doorge- reisd naar Amsterdam. Niettegenstaande dit alles had men zich niet ontzien al zijn goede- ren en middelen „in ’t zweet en bloed ver- dient”, in beslag te nemen. Heftig protesteert hij tegen dit „onmenschlijk verzenden van mijn perzoon naar ’t vaderland, als de snood- ste van alle menschen”, enkel geproviandeerd met oud vlees en spek en weinig in overeen- stemming met de „qualiteit van een Direc- teur-Generaal”. Had hij zelfs niet krediet ge- geven aan de slavenhandelaars P Tot schade- vergoeding voor deze „sanglante, odieuse en eerrovende” wijze van optreden, eiste hij tot slot de lieve som van 26707 Caroli guldens en één Brabantse stuiver, in huidige munt ruim twee ton.

Doch ondanks het feit dat de heren bewind- hebbers, de „illustre vergadering van Tienen”

hem dit bedrag onthielden, kon hij toch rus- tig van zijn overig bijeenvergaard vermogen op zijn buitenplaats voortleven.

Of Butler zich toch bezwaard heeft gevoeld en zijn geweten heeft willen ontlasten? Wie zal het zeggen. Wel staat vast, dat hij teza- men met Adriaan Joseph Trip op „Vreden- burg” en majoor Jan Duirsma op „Stadwijck” in 1726 aan de hervormde kerk te Hoogezand een nieuwe preekstoel heeft geschonken. „Gods zegen kroon het werk”, zo luidt het randschrift op het sierlijk gestoelte, waarvan het prachtig houtsnijwerk was verlucht met de wapens van de schenkers. Dat van Butler prijkte in heldere kleuren: rechts op een blauw veld zes gouden bekers, linksboven drie har- ten en beneden drie merlen. Een variatie op het oude Schotse familieleven. Vol trots zal ds. F. Buning voortaan zijn gemeenteleden hebben toegesproken. Ook hij kon verhalen van verre landen, want hij was tevoren pre- dikant geweest van de Hollandse kerk in Moskou.

Op 22 september 1731 nam het bewogen leven van William Butler een einde. Hij is bijgezet in de Martinikerk te Groningen. De grafzerk met het ingebeiteld familiewapen is nog aan- wezig. Even tevoren had hij „Overwater” met „alle hofgereedschappen, beelden, vazen en pedestallen” voor 4450 Car. guldens over ge- dragen aan burgemeester Hindrik Veldtman.

Mr. G. N. Schutter.