koos swart
Hoogezand-Sappemeer
Foto
Foto
Foto
Foto
Foto
Foto
Foto
Foto
Foto
Foto
Foto
Foto
Foto
Hoogezand-Sappemeer

Nostalgie

Contact

Home

ONZE VOORTREKKERS

Herinneringen uit het verleden van Hoogezand - Sappemeer

Info uit "Het Nieuwsblad"  van 25-09-1965

[In de volksmond "Het Bokkeblad"]

Foto's beeldbank HS

Copyright © 2017 H. Swart - http://www.koosswart.com

Over de weg, aan straatzijde met lindebomen afgescheiden van het stenen voetpad, was weinig verkeer. Het vervoer geschiedde in hoofdzaak per schip door het oude Winschoterdiep. De scheepspaarden met de jagers zo ook de trekkers in de zelen aan de lijn, hadden naast het kanaal een jaagpad zonder deklaag.

De snikken, die het dagelijks verkeer met de stad onderhielden, voerden de treklijn hoog aan de mast. de paarden werden bereden en gingen in draf. Bij aankomst in het dorp werd op een hoorn geblazen. Elke zaak van enige betekenis bezat een vlonder aan diep waar de snik kon aanleggen. De jaarlijkse harddraverijen vonden plaats op de openbare weg tussen de Bonthuizerbrug (ook een hooggelegen brug) en hotel Struvé, een gespannen touw tussen de bomen sloot dan het weggedeelte van het stenen voetgangerspad af. Op dit voetpad stonden de toeschouwers enige rijen dik.

De fiets was in opkomst, vooral nadat de gummi banden uitgevonden waren; naar ik meen deed de Hoogezandster Wilhelmi de uitvinding de band te versterken met de randstaaldraad.

Dames fietsten nog niet behalve de dames Mulder die fietsten model. Zoiets vond men in die tijd echter niet passend. Verbeeld je, een vrouw op een fiets! Foei! Schande! Van het liedje dat naar aanleiding hiervan werd gezongen, herinner ik me nog de volgende regels: „Ken je de dames Koert Mulder wel? Fietsmodel, Fietsmodel!

De veearts de Vries bereed een stoomfiets evenals iets later mr. Wildervanck en dokter Levie. Deze laatste reed met een zweep mede om de honden te weren. ’s Zondags liepen we wel met vader naar het dubbele tolhek op de hoek Zwarte weg nu Kerkstraat Parallelweg om de stoomtrein voorbij te zien stuiven (1868). De grote brand van 1895 zal ik nooit vergeten, de houtzaagmolen van Maathuis, het woonhuis, de houten klapbrug over het Kieldiep, de stoomoliemolen Ter Borgh de huizen tot de Hoogezandster brug zelfs enige huizen aan de noordkant van het Winschoterdiep gingen in vlammen op.

Een grote ramp voor ons dorp even- als het volksoproer van 1892. De toestand van de arbeiders was in die tijd dan ook wel bijzonder slecht. Tot zover mijn herinnering aan de jaren op de komschool. Dan de overgang naar de Franse school: de klassen van de heren de Lange en het hoofd de heer IJkema. Deze laatste bewoonde het grote statige huis naast de school (de tegenwoordige GADO- wachtkamer) en had inwonende leerlingen. De vader van de heer de Lange was leraar van de Joodse gemeente, een uitstekende onderwijzer. Helaas niet teruggekomen uit Hitlersrijk. Ons gezichtsveld werd verruimd door een reis met vader en een vriendje naar Amsterdam per trein. We stonden geheel versteld van het drukke verkeer eerst van het station in Amsterdam en later in de stad. We bezochten per paardetram de dierentuin; het museum en liepen over het Damrak; bezichtigden het IJ, welk een watervlakte en wat een grote schepen.

In ons hotel maakten we voor het eerst kennis met ’n W.C. Vader moest ons eerst het gebruik daarvan uitleggen.

In het dorp leerden we de directe omgeving beter kennen. We speelden in van Arnems bos, in het bos van mr. Wildervanck, van Koert Mulder enz. Bij onze omzwervingen over de velden met de polsstok bezochten we Kolham, dikwijls achtervolgd door boeren over wiens land we trokken die soms afgrijselijke bedreigingen tegen ons riepen. Dan trilden ons de benen maar we waren toch vlugger dan onze achtervolgers.

’s Winters schaatsen op het oudediep je; de Winkelhoek of Winschoterdiep waar we gaten in onder het ijs zichtbare gasbellen prikten en het uitstromende gas deden ontvlammen.

Dan naar de driejarige Burgerschool te Sappemeer. Welk een groots gebouw dachten we, eerst de royale stoep dan de grote hal, de trapopgang en de gangen met ruime lokalen. We gevoelden ons onder invloed van leraren en directeur Boet later Meerkerck, meer heerachtig worden.

’s Winters als de sneeuw wel eens hoog lag, kwamen de jongens uit Noordbroek te paard op school, dat dan gedurende de lessen aan het hek van het voorplein werd vastgebonden.

We mochten nu ook naar de dansles in Hotel Struvé die onder leiding stond van de heer Roelfsema en leerden maintien et danser, we droegen daarbij witte handschoenen en lakschoenen, de haren werden netjes geborsteld.

Voor het begin werden we door de heer Roelfsema nauwkeurig geinspecteerd. Een kleine vioolspeler zorgde voor begeleiding en dan „en avant”, alles streng en correct.

Onze feestjes georganiseerd door de school, door het nut of door de sociëteiten Concordia Sappemeer of Harmonie Hoogezand was om beurten bij Struvé of hotel Roelfsema (nu hotel Faber). Daar dikwijls gedanst met Opoe Veenstra — toentertijd ’n jonge struise deern — Al dat leren is voor mij voorbij en ik ben steeds dankbaar voor het vele dat ik op de scholen in het bijzonder op de HBS heb opgestoken, ik heb er zeer veel aan te danken.

Als ik nu nog eens aan die jongens terugdenk waarmede ik de scholen heb bezocht, dan wil het mij voorkomen dat de dorpsjongens en door de scholen en door het spelenderwijs kennis maken met de vele plaatselijke industrieën en de daar toegepaste technieken bijzonder veel kennis van velerlei zaken hebben opgedaan.

Velen van hen zie ik later met of zonder verdere studie op vooraanstaande plaatsen in het bedrijfsleven, zelfs als directeur van grote concerns, van machinefabriek, Scheepswerven hoofdvertegenwoordigers in het. buitenland of in hoge functies in Rijksdienst; als reders enz.

II

De voortrekkers

Reeds in de schooljaren keken we naar de initialen aan weerszijden van de stoep van het huis van Mr. Beukema, nu het huis van dokter de Vries. I. A. H.—G. R. M. met het jaartal 1857, zo ook naar die aangebracht in de stoep van het herenhuis tegenover de Kalk wijk B H M—M S D 1891.

Merkwaardig dat niemand van onze vele kennissen ons daarover kon inlichten. Toch stonden deze lettertekens in nauwverband met de namen van diegenen die in ons dorp pionierswerkzaamheden hebben verricht.

Dank zij een studie „Het geslacht Meursing” geschreven door Mr. A. H. Stikker, waaruit ik gegevens heb ontnomen; kan ik iets van het begin van de scheepsbouw in deze omgeving vertellen en ook de betekenis van bovengenoemde initialen mededelen.

Nadat omstreeks 1680 het Winschoterdiep met zij kanalen gereed was, kocht Anne Hooites plaatsen no 1 en no 2; Roelof Meursing plaats no 3 gelegen langs het Kalkwijksterdiep. Plaats no 1 lag op de hoek Winscho­terdiep—Kalkwijksterdiep.

Anne Hooites was schuitenbouwer. Zijn twee zonen trouwden met dochters van Meursing en waren ook schuitenbouwers.

Deze houten schepen dienden aanvankelijk voor het vervoer van turf naar de stad en van Groningen compost voor bemesting naar de nieuw ontgonnen gronden. Al spoedig werd het vervoer verder uitgebreid en voeren de schepen naar Emden; Amsterdam en zelfs naar Kopenhagen. Een gevolg van deze grotere reizen was dat de schepen steeds zeewaardiger moesten worden.

In plaats van eenvoudige schuiten werden al spoedig zeeschepen, brikken, galjoten en schoners gebouwd. Uit het turfvervoer kwam de normale zee-vrachtvervoer voort. De aan het kanaal met zijn vele obstakels van kunstwerken gebouwde schepen werden in de Noorderhaven te Groningen getuigd en voeren door het Reitdiep naar zee om nooit weer in de Groninger kanalen terug te komen.

De scheepsbouw en scheepvaart namen een grote vlucht met ’n hoogtepunt gedurende de Krimoorlog van 1850-1856. In Hoogezand liepen in 1852 op de 26 werven 77 schepen te water. Omstreeks 1800-1870 waren de grootste bouwers en reders de heren Wicher Hooites Meursing (1770-1834 en zijn zoon Hooite Wicher Meursing (1802-1847) en diens zoon Emmo Hooites Meursing. Eveneens Ipe Annes Hooites 1812-1882 en zijn zoon Roelof Hooites 1834-1877 gehuwd met Jacomijn Wybrandus Meursing.

Na het overlijden van de eerste echtgenote van Emmo Meursing huwde deze voor de tweede maal Derkje Smit uit Alblasserdam. Bij zijn schoonvader Cornelis Smit, scheepsbouwer maakte Emmo kennis met de ijzeren scheepsbouw.

E. Meursing bouwde in 1855 het eerste ijzeren schip in Hoogezand. Erg succesvol is dit niet geweest. Emmo bezat in Hoogezand twee werven, en een werf aan het Reitdiep te Groningen. Twee broers van Emmo, Wicher en Aaldrik waren van mening dat de mogelijkheden aan het Winschoterdiep voor hun ambities gering waren. Naast de grote successen van het nieuwe type, de Clipperschepen van Amerikaanse oorsprong, was ook het scheepslaadvermogen beduidend groter. Dit scheepstype kon aan het Winschoterdiep niet gebouwd worden. Zij gingen naar ’t westen, kochten bij Amsterdam de werven „Concordia” en „Nachtigaal” en stichtten op Nieuwendam een nieuwe werf.

De Meursings verkregen met de bouw van hun composiet schepen een goede naam waarvan vooral de 1000 tons zeilschepen, de 7 Thorbecke schoners een grote bekendheid verkregen.

Deze tak van de Meursings ging dus voor Hoogezand verloren.

In deze tijd van de hoogste volmaking van de zeilschepen — de Clippers — bemand met de best getrainde zeelieden welke in record tijden de Kaap Goede Hoop en Kaap Hoorn omzeilden, was toch het einde van de zeiltijd in het zicht.

De stoomschepen waren in opkomst, het Suezkanaal gegraven en het Panamakanaal zou volgen.

De stoomschepen waren op de verkorte route belangrijk economischer.

Ook onze noordelijke werven zouden deze veranderingen spoedig bespeuren. Daarbij was er na 1870 een terugslag in de conjunctuur, ook de overgang naar de ijzeren scheeps- bouw verliep uiterst traag, vele werven verdwenen dan ook.

In 1870 liepen nog 7 zeeschepen te water en 40 binnenschepen in 1880 geen enkel zeeschip doch nog 60 binnenschepen. Toch waren er nog 26 werven in Hoogezand en 6 in Sappemeer, in 1900 teruggebracht tot 12 te Hoogezand en 1 in Sappemeer.

Roelof Hooites zoon van Ipe Hooites zag de teruggang tijdig in. Met zijn zwager Dr. J. J. Beukema, gehuwd met Elsje Hooites bouwde hij in 1969 op zijn werfterreinen aan de Kalkwijk de strocartonfabriek „Hooites Beukema”. Voor de technische leiding verzekerde hij zich de kunde van de heer Jansen uit Leer.

Velen van ons hebben de heer Jansen nog goed gekend, hij woonde in Overwater tegenover het gemeentehuis. Na het overlijden van de opzichters werd het bedrijf voortgezet onder leiding van een zwager Roelof Hooites de heer Anne Hooites Meursing en een zoon van Dr. J. J. Beukema de heer mr. F. F. Beukema. Al spoedig verliet mr. Beukema deze zaak en stichtte zelf een eigen strocartonfabriek „Beukema & Co” te Hoogezand ons allen wel bekend, nu onder leiding van Ir. R. Hellemans.

Na het overlijden van Anne Hooites Meursing ging de fabriek aan de Kalkwijk over op de zoons Wybrandus en Kornelis Hooites Meursing. In 1948 droegen deze het bedrijf over aan de boerencoöperatie „de Combinatie”. Deze coöperatie gesticht door de heer U. Reinders verwerkt nu dus het eigen stro.

De Meursing Hooites en Hooites Meursings hebben in 280 jaren met 8 generaties hun stuwende kracht aan onze dorpsgemeenschap gegeven.

Aangetrouwde families, dus voortkomende uit huwelijken van dochters van de Meursings en Hooites zijn ons dikwijls beter bekend zoals: de fam. Romkes, Beukema, Piccard, Weenink, Wildervanck, Dallinga, Stikker Boon enz. Nu de betekenis van reeds eerder genoemde initialen. I. A. H. en G. R. M. 1857. Huis gebouwd door Ipe Anne Hooites getrouwd in 1832 met Geesina Roelfs Meursing. Dit huis werd later bewoond door Dr. J. J. Beukema schoonzoon van Hooites, daarna door diens zoon mr. F. F. Beukema.

Ipe Anne Hooites 1812-1882 was in die tijd een van de grootste scheepsbouwers en reders van Nederland. Hij bezat 3 werven te Hoogezand 1 houtzaagmolen 2 smederijen en een zeilmakerij en vele schepen. (14). Hij was tevens van 1866 tot 1878 burgemeester van Hoogezand.

B. H. M. en M. S. D. 1891. Botje Hooites Meursing in 1864 gehuwd met Moederdina Sibolt Detmers, was kassier te Hoogezand.

Zijn zoon Wicher Hooites Meursing 1870-1932 volgde zijn vader op, hij bewoonde de behuizing tegenover de Bonthuizerbrug. Het kassierskantoor.was gevestigd in een bijgebouw van de woning.